Sjouw: het verhaal achter het logo

In een dorp, met één supermarkt, een bakkerij, een slagerij, een groentenzaak en een smidse, woont Sjouw. Sjouw is niet zijn eigen naam, maar zijn bijnaam. Hoe zijn eigen naam luidt, weet eigenlijk niemand meer. Zo lang kennen de bewoners van het dorp hem al als Sjouw.

Ooit heeft hij deze naam gekregen; het was op een mooie dag toen hij brood gehaald had bij de bakker. Hij liep het dorp door, langs de supermarkt alwaar een paar mensen naar buiten kwamen. Eén van hen sjouwde zwaar met een veel te volle tas met boodschappen. Sjouw zag haar en zei: zal ik een oortje nemen, dat draagt misschien plezieriger.

"Oh joh, wat fijn want ik sjouw me kapot. Weet je, dat komt door die winkelwagentjes." Sjouw pakte een oor van de boodschappentas en terwijl zij zo samen verder liepen, ging de vrouw in kwestie verder. "Zoals ik al zei, dat komt door die winkelwagentjes. Voorheen nam ik altijd een mandje voor mijn boodschappen en dan nam ik nooit te veel zware spullen mee. Snap je dat? Dat doe je niet als je er in de winkel al mee loopt te sjouwen. Maar sinds ze hier winkelwagentjes hebben, neem ik natuurlijk een wagentje en... . eh hier links... en dan neem ik veel te veel zware dingen mee, zoals drie flessen sinas, een fles bleekwater, een kilo suiker en een zak aardappels. Dat is al gauw meer dan tien kilo! Oef, we zijn er. Nou joh, reuze bedankt, je bent een schat!"

Een dag later gebeurde ongeveer hetzelfde toen een klein jongentje met drie flessen sinas in twee handen wilde lopen. Het kind kwam duidelijk een hand te kort. Sjouw pakte een fles van hem aan, terwijl hij vroeg: "waarom neem je dan ook drie flessen mee?" "Dat is deze week in de aanbieding meneer: drie halen twee betalen, enne, welbedankt dat u even meeloopt"

Al snel ging het nieuws van de hulpvaardigheid van deze jongeman als een lopend vuurtje door het dorp. Een bijnaam voor hem was snel gemaakt: Sjouw, van het werkwoord sjouwen. Sjouwen werd zijn hobby, zijn levensvervulling. Een hobby die begon als assistentie bij de dagelijkse boodschappen. Een hobby die in de loop van de jaren uitgroeit tot assistentie in het dagelijks leven. Sjouw assisteert de mensen in het dorp met het dragen van hun lasten. Hij sjouwt met de mensen hun tassen die zij met zich meezeulen. Het zijn de mensen die zich met hun tassen niet of nauwelijks nog kunnen voortbewegen, die Sjouw om assistentie vragen. De mensen met hun beter gevulde tassen: weekendtassen, rugzakken, roltassen, boodschappentassen, fietstassen, heuptassen, schoudertassen. Allemaal tassen die onder één noemer te benoemen zijn: levenstassen. Tassen gevuld met levenservaring, met schrijnend verdriet, met bittere herinneringen, met knagend gemis en met veel te weinig verlichtende vreugdes.

Zo komt hij alle weken bij mevrouw Jansen. Het begon ooit met een zak aardappels die zij in de aanbieding bij de groentenboer had gekocht: tien kilo!=Sjouw zag haar: mevrouw Jansen, hoe komt u daar mee thuis? Ach, mÕn beste Sjouw, zou je een handje willen helpen? De groentenboer heeft deze lekkere aardappels in de aanbieding, maar alleen in zakken van tien kilo. Loop je even met me mee? Thuis gekomen, drinken ze samen een kopje thee en mevrouw Jansen begint. Ach, jongen, het leven is zwaar,ik ben toch zo blij dat je even meegelopen bent, in mÕn eentje had ik het nooit gehaald. Kom je nog eens langs? Sinds die tijd komt Sjouw regelmatig bij mevrouw Jansen langs. Het valt hem op dat zij moeizaam beweegt. "Dat komt door de heuptassen onder mijn vest", verklaart zij. Die tassen zijn zwaar en belemmeren mij zeer. Soms krijg ik de goedbedoelde raad om die heuptassen in een kamer te leggen, maar ze horen bij mij, ze zijn een deel van mij. Met een zucht laat mevrouw Jansen zich in haar grote stoel vallen. Het lijkt wel of de tassen iedere maand zwaarder worden en mevrouw Jansen iedere maand minder bewegen kan. Ze wordt ook minder vrolijk, zeg maar gerust: ze wordt iedere maand droeviger. Op een dag neemt Sjouw haar mee met zijn auto. Ze rijden heerlijk rond, vertoeven enige tijd gezellig op een terrasje en als hij haar thuis in haar eigen grote leunstoel achterlaat, kijkt ze blij en tevreden. Sjouw, je bent geweldig, wat zou het leven toch vele malen onaangenamer zijn als jij er niet was. Als het volgende week weer mooi weer is, kom je me dan wéér halen?

met mevrouw Jansen op stap is. Maar niet alleen mevrouw Jansen is gelukkig met Sjouw. Er zijn veel meer mensen in het dorp die aan hem vragen om een middagje, een paar uur, een avond met hen mee te sjouwen. Hij verlicht hun leven, al is het maar voor die paar uur. Zo gaat hij iedere week fietsen met meneer Pieterse, die twee grote boodschappentassen met zich meezeult. Gewoon, in zÕn eentje fietsen kan Pieterse niet want die twee tassen kunnen niet achterop en aan het stuur is veel te gevaarlijk. Sjouw, wat ben je toch een geweldige vent, heerlijk hoe wij samen kunnen fietsen met elk een tas achterop. Zo kom ik nog eens de deur uit. Want ja, weet je, met die twee tassen kan ik wel in de tuin gaan zitten, maar zelfs een kopje thee moet ik dan in de keuken bij het aanrecht opdrinken. Ik kan niet én mÕn tassen én mÕn thee meenemen de tuin in. En zeg niet dat ik van die tassen af moet, want ze bevatten herinneringen die ik bij me wil houden. Sjouw, jij bent een verrijking in mijn leven!

Zo sjouwt Sjouw met mevrouw Jansen en haar heuptassen, met meneer Pieterse en zijn boodschappentassen, met Donald en zijn rugzak, met Emmy en haar hutkoffer, met Eveline en haar roltas, met Peter en zijn plastic zakken...... en ga zo maar door. Alle dagen sjouwt Sjouw met tassen van zijn dorpsgenoten.

Op een dag, als Sjouw een middag met mevrouw Jansen op stap is geweest, zegt zij "tot volgende week!" Nou, dat weet ik nog niet zeker, want ik heb volgende week misschien iets anders. Ja maar Sjouw, wat moet ik dan die middag zonder jou? Dat is waar, ik zal wel zien, we bellen nog wel. En Sjouw gaat haastig weg. Thuis gekomen gaat de telefoon: mevrouw Jansen. Gaat het goed met je Sjouw? Wil je soms een gebakje bij de thee, voortaan? Of een borreltje? Ben ik misschien onaardig geweest? Enzovoorts, enzovoorts. Sjouw belooft haastig dat hij de volgende week zal komen en zegt dat hij geen gebakjes of borreltjes hoeft en dat mevrouw Jansen heus heel aardig is geweest.

Dan gaat hij de tuin in.

Daar loopt hij nu. Te ijsberen in de tuin bij zijn huis. Van de boom naar het pad en van het pad naar de boom. Echt ijsberen. Hij wrijft over zijn kin, wringt in zijn handen. Hij staart naar de grond, tuurt naar een vogel en zucht heel diep. Wat moet ik hier nu allemaal mee. Dit is een uit de hand gelopen hobby. Ik wil die mensen best wel helpen, maar...... en hij kijkt vragend naar een merel op een tak. Weet jij raad? Die mensen in het dorp met al hun bagage, met al hun pijn en verdriet, met hun zorgen, hun angsten, hun verleden dat ze met zich meesjouwen, die mensen lijken wel afhankelijk van mij te zijn. En dat wil ik niet. Ik wil ook weleens iets anders dan sjouwen met hun bagage. De merel kijkt wijs en vliegt weg. Sjouw zucht nog eens heel diep. Bijna moedeloos gaat hij onder de boom zitten. Hij kijkt de tuin uit en ziet de buurman komen. Waar loopt de buurman nou mee? Sjouw vergeet heel even zijn moedeloosheid en gaat staan om de buurman beter te kunnen zien. Dag buurman, waar loop jij mee? Met een baal stro voor de konijnen, Sjouw. Ik heb bij de boer verderop een baal stro gehaald, maar ja zoÕn baal is niet te tillen en om hem achterin de auto te leggen, daar heb ik geen zin in. Dan zit straks de hele kofferbak vol strootjes. Vandaar: de kruiwagen. Simpel en licht. Sjouw kijkt hem met open ogen aan: een kruiwagen, mompelt hij. Lachend loopt de buurman door. "Bedankt", roept Sjouw hem na en nu is het de beurt van de buurman om met open ogen naar Sjouw te kijken. Die ziet het niet meer, maar rent naar binnen, pakt een vel papier en een potlood en gaat ijverig tekenen, krassen, mompelen, puzzelen en zuchten.

"Mevrouw Jansen", mompelt hij. Wat wil zij graag? Wat kan zij wel en wat kan zij niet? Hoe groot is zij en hoe sterk? Na een tijdje schetsen, tekenen, uitgummen, doorkrassen en kauwen op het potlood staat er een tas met een soort onderstel op papier. Sjouw zoekt het telefoonnummer van de smid op. Ja, met mij, met Sjouw, zeg, kunt u voor mij een frame maken? Ja, ik heb een tekening. Nee, het mag niet zwaar zijn. Goed, ik kom z— langs. De smid die altijd bluft dat hij ‡lles maken kan als je maar een goede tekening aan hem geeft, kijkt naar de schetsen van Sjouw en mompelt "Goed hoor, morgen is het af". Ze zoeken samen staal uit en wieltjes.

Sjouw gaat via de leerlooier naar huis. Zingend zit hij die avond, achter een grote naaimachine. "terliere lom ter la.....door het roeren van mijn been jujujuju. Ging dat liedje niet over een messenslijper? - nou geeft niet, het klinkt vrolijk en Sjouw zingt door: jujujujujuju.....

De volgende dag haalt hij het frame met de wieltje op bij de smid. Thuis monteert hij de grote tas die hij Õs nachts gemaakt heeft op het frame. U en ik hadden natuurlijk al begrepen dat Sjouw een leren tas aan het maken was. Die tas vormt met het frame een wagen, een bagagewagen voor mevrouw Jansen. Sjouw gaat direkt naar haar toe met de kar. Mevrouw Jansen is net in haar grote leunstoel gaan zitten als de deurbel gaat. Steunend en kreunend onder het gewicht van de heuptassen, staat zij op. "Wie is daar", roept zij. "Ik ben het, Sjouw", antwoordt Sjouw. Verheugd doet mevrouw Jansen de deur open. "Sjouw, wat een verrassing, gaan we een eindje rijden?" "Nou, dat niet precies, kijk eens wat ik gemaakt heb" Een bagagekar. "Kom, als we nu alle spullen uit de heuptassen voorzichtig overpakken in deze bagagekar, dan gaan we een rondje lopen. Door het park, naar de muziektent". Mevrouw Jansen weet niet wat haar overkomt. Ze pakt haar ervaringen uit haar heuptassen en zachtjes huilend (want ze doen zeer, die ervaringen) legt ze ze in de bagagekar. Een half uur later loopt ze samen met Sjouw in het park. Mevrouw Jansen met haar bagagekar en Sjouw er naast. "Weet je", zegt mevrouw Jansen als ze laat in de middag weer thuis komen, "morgen ga ik weer naar de muziektent, dat was toch zo mooi" Sjouw lacht naar haar.

Moe, heel moe want hij heeft de hele nacht gewerkt, gaat hij die avond naar bed. "Morgen iets voor Pieterse bedenken", mompelt hij nog. De volgende morgen begint het denkritueel opnieuw. IJsberen in de tuin bij zijn huis. Van de boom naar het pad en van het pad naar de boom. Zitten onder de boom, weer staan, weer ijsberen, kauwen op zijn potlood. En dan is het idee geboren. Hij tekent een schets, hij gaat naar de timmerman om een plank en dan door naar de smid. "je bent heel wat van plan Sjouw", zegt de smid. "Ga je een handeltje beginnen?" "Misschien wel, misschien niet, kijk, kunt u dit maken?" "Altijd". Laat in de middag kun je Sjouw door het dorp zien lopen met een heus wagentje achter hem aan. Meneer Pieterse, die voor de verandering in zijn voortuin is gaan zitten, ziet hem van verre aankomen. "Hé, Sjouw", roept hij, "Koffie?" "Eerst fietsen", antwoord Sjouw als hij met de complete bagagewagen de tuin in loopt. "Kijk, z— klikt u dit vast onder het zadel. Leg uw boodschappentassen er nu in, dekseltje dicht en fietsen maar". Meneer Pieterse doet zijn mond open om iets te zeggen, klapt hem weer dicht, doet hem weer open: Sjouw, hoe, hoe.... Heel behoedzaam legt hij zijn boodschappentassen in het karretje. Hij doet het deksel dicht en stapt op. Hoei! Toegegeven het is even wennen voor meneer Pieterse. Hoei, Sjouw, help, dit is wel eng!

Maar na drie rondjes om het huizenblok raakt hij er een beetje aan gewend. "Fantastisch, nu kan ik fietsen als ik wil, mét mijn tassen"

Het nieuws gaat als een lopend vuurtje. Heb je het al gehoord: mevrouw Jansen heeft een bagagetrolley. Goh, ben jij Pieterse al tegengekomen op zÕn fiets?

Al snel komen de mensen naar Sjouw: kun je voor mij ook een wagentje of een trolley maken? Dan ijsbeert Sjouw in de tuin, van de boom naar het pad en van het pad naar de boom. Hij kauwt op zijn potlood, zucht veel, tekent een schets, overlegt met de smid (die dat graag heeft want sommige tekeningen van Sjouw zijn toch wel ingewikkeld) en hij maakt iets: een wagentje, een soort slee, een bakje v——r op de fiets (met als toepasselijke naam: bakfiets), of een boodschappenbuggy. Voor iedereen persoonlijk maakt Sjouw iets nieuws. Hij maakt zijn bagagekarren op aanvraag en op maat, want iedereen loopt verschillende wegen. Iedereen wil een andere kant uit of op een andere plaats aankomen.

Zo is het gekomen: Sjouw, de maker van persoonlijke bagagewagens. Hij adverteert nauwelijks, hij heeft geen pakkende reclamekreet. Aan de gevel van zijn huis hangt enkel een bord: persoonlijke bagagekarren te koop. De dorpsbewoners echter die een bagagekar bij hem hebben laten maken, zijn wandelende reclameborden: ze gaan naar buiten, ze bewegen, ze komen onder de mensen en, wat voor Sjouw het belangrijkste is, ze kunnen weer lachen. Er zit weer gein in hun leven.

Ondertussen gaat alles verder. Sjouw luistert naar de wensen en bekijkt de bagagelast van een aanvrager, hij ijsbeert door de tuin bij zijn huis: van de boom naar het pad en van het pad naar de boom. Totdat hij een uitvoerbaar plan heeft. Dan gaat hij naar de smid, de timmerman en soms de leerlooier, opdat hij iets kan vervaardigen om de levenslast van de aanvrager letterlijk draagbaar te maken.

Sjouw, de maker van persoonlijke bagagekarren.



Copyright: Conny Groot


Alle rechten voorbehouden.Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch door fotokopie‘n of enige andere manier, zonder schriftelijke toestemming van de auteur.

Created: April 24, 2006, Last update: September 17, 2010

Design and layout: Frans Boom Data Åmål
Conny foto 2

Den svenska version


KANTAA Förstasidan

Kantaa

Conny Groot

Homepage English

Homepage Nederlands

Homepage Deutsch


Conny foto 2 Conny foto 2 Conny foto 2 Conny foto 2